Op deze schitterend zonnige zaterdagochtend verzamelen 21 leden zich bij de kerk tegenover het ‘t Maoske in de Moer voor de snertwandeling. Onze gids vandaag is Christ Grootzwagers. Hij is voorzitter van Natuurvereniging ‘Ken en Geniet’ in Dongen en is gids voor Natuurmonumenten.
De naam De Moer komt eigenlijk van het moerassige gebied ontstaan door het turfsteken van vroeger. Een ideale plek voor vele amfibieën waaronder de boomkikker. Huis ter Heide was vroeger vooral heidegebied. Op de goedkope grond werden bomen geplant voor de mijnbouw en dat leverde veel geld op. Bomen die nu sterven laat men liggen, de heizaden die diep in de grond zitten komen opnieuw tot bloei. Onderweg wijst Christ ons op sporen van dassen die met hun poten, klauwen naar insecten. Dassen hebben als groep één plek om te ontlasten en leven in territoria. Er leven wel zo’n 80 á 90 dassen hier. Ook leven er een flink aantal reeën in het gebied. Je moet geluk hebben om ze te zien.
We lopen over Natuurbegraafplaats Huis ter Heide en zien op afstand het Jachthuis uit 1864. Door de turfstekers werd het wild opgejaagd en kon de jager zijn slag slaan. De heide komt hier ook weer terug mede door maaisels van de Loonse en Drunense duinen hier uit te zaaien. We lopen onder de masten met stroomkabels door welke op termijn zullen verdwijnen en er een flink open vlindergebied zal ontstaan. In dit zelfde gebied zijn ook raven gespot met hun bijzondere roep bij het baltsen.
De Schotse Hooglanders treffen we vandaag niet, maar Christ wijst ons op hun in de verte gelegen geboortebos, waar ze los van de kudde kunnen bevallen. Ook om te sterven zoeken ze afzondering. Kadavers blijven liggen en de natuur doet zijn werk. We zijn vlak bij het Leikeven, genoemd naar rivier de Lei, deze kwam hier vroeger als beekloop uit. Er zijn in dit gebied in de ‘90 jaren wel zo’n 30 vennen extra gegraven waarvan het zand naar Eindhoven werd afgevoerd. Een ideaal gebied voor de 500 tot 600 ooievaars die hier 3 á 4 weken komen foerageren alvorens de vlucht naar Afrika aan te vangen.
Onze gids staat stil bij een boom en noemt dit de ‘vlinderkroeg’, een boom vol met sappen voor vlinders waaronder de Atalanta’s.
De waterhoogte bij het Leikeven wordt ook gecontroleerd door de gemeente omdat de omliggende industrieën, denk aan Coca Cola en Fuji, dit schone water gebruiken voor hun processen. In de verte zien we een uitkijktoren, ideaal om een keer de blauwborst of grauwe klauwier te gaan spotten.
Via het kronkelpad lopen we terug richting De Moer en zien we op enige afstand nog een lange dassenburcht. Als laatste lopen we door het Acacialaantje, ooit aangelegd voor een dame die daar woonde en zo kon genieten van de geurende bomen.
Bij ’t Maoske bedanken we Christ namens de vereniging met een kleine attentie en een bijdrage voor zijn Natuurvereniging voor zijn gedetailleerde uitleg van de natuur en heeft iedereen, op eigen kosten, genoten van een heerlijke kom snert. Cees van Abeelen