Er waren 20 belangstellenden (waaronder een niet-lid) die op 21 april naar de lezing kwamen van Henri de Vreede over potgrond. Met zijn 40 jaar ervaring in de ontwikkeling van en het onderzoek naar de kwaliteit, samenstelling en vernieuwing van potgrond had hij een zeer interessant verhaal te vertellen. Henri nam ons mee in zijn verhaal aan de hand van een mooie presentatie.
Allereerst kwam er heel veel informatie aan bod over de plant zoals: wat zijn planten, soorten, werking van fotosynthese (hebben de meesten wel met biologie gehad om de middelbare school) en wat is het nut van planten. Wist je dat er ongeveer 180.00 plantensoorten zijn?
Planten hebben veel water nodig om te kunnen groeien (90% van wat een plant op neemt verdampt ook weer) en de suikers in de plant leveren energie voor nagenoeg alle eco-systemen op aarde (inclusief de dieren die de planten eten of afhankelijk zijn van planteneters).
Omdat planten zo belangrijk zijn is goede potgrond dus ook heel belangrijk. Het moet een mengsel zijn van volumineuze componenten, onder andere compost, klei, veen, zand, kokos, kalk voor de gewenste zuurgraad, meststoffen en water. Het bestaat meestal ui 56% organisch materiaal (ongeveer 50% veen en 44% andere grondstoffen (kokos, schors, compost, houtvezel, perliet).
Er wordt in Nederland heel wat potgrond geproduceerd, het meeste voor professioneel gebruik. Er zijn ook ambities om in de potgrond steeds meer organisch materiaal te verwerken dat uit circulair materiaal bestaat zodat het aandeel veen steeds minder wordt. Verder heeft hij ook een aantal keurmerken uitgelegd en wat meer info gegeven over het bedrijf achter Bio Culterra.
Belangrijke tip: stekken doe je op voedingsvrije potgrond, dat zorgt voor een goed wortelgestel en een stevige plant.
Er werd volop vragen gesteld: onder andere over de eigen composthoop en het bemesten van de tuin. Het was een heel interessant verhaal en de info is zeer bruikbaar in de praktijk. Henri had ook allerlei soorten materialen meegenomen die in potgrond kunnen worden verwerkt om te zien, voelen en ruiken.
In de uitnodiging voor deze avond had het bestuur nog aangegeven dat er tijd was om stekken te ruilen. Nou, dat ruilen was een groot succes! Er stonden tafels vol kratjes, dozen en potjes en er werd druk uitgewisseld. Iedereen ging wel met een paar nieuwe planten naar huis. Wat over was hebben we gedoneerd aan het wijkcentrum zodat ze een goede bestemming kregen. Al met al een zeer geslaagde avond dus. Thérèse Sparidaens
Op zaterdag 18 april vertrokken Anja van Gils, Jacqueline Bushoff en Marion Corvers richting Ochtend waar ze in een grote hal van de kwekerij De Batterijen welkom werden geheten door het bestuur van het landelijk bureau. Bestuursleden uit het hele land waren daar naar toe gekomen om elkaar te inspireren en ideeën uit te wisselen. In haar inleiding vertelde directeur Femke Lampe over de belangrijke veranderingen die de vereniging ondergaat.
Zo wordt er steeds meer de nadruk gelegd op ´Samen voor groene groei´ gaan. Dat uit zich onder andere in meer aandacht voor afdelingen in het blad Groei & Bloei. En het 10 punten-plan wordt steeds meer een eyecatcher van de vereniging.
Ook onze voorzitter Anja was gevraagd een pitch te houden over de actie Bio-Kultura waaraan onze afdeling dit jaar voor het eerst – en met succes – heeft meegedaan.
Het was daadwerkelijk een inspirerende dag waar veel is uitgewisseld en gedeeld. Marion Corvers
In februari zijn er via Bio-Kultura zo’n 100 zakken potgrond, tuinaardecompost en mestcompost uitgeleverd bij de voorzitter en konden de mensen die deze met korting besteld hadden in Tilburg ophalen. Het was een geslaagde actie en dus voor herhaling vatbaar!
Het duurt nog wel een tijdje maar in het late najaar start de actie weer, houd dus de Nieuwsbrief in de gaten. Anja van Gils
Het was een leerzame en interessante ochtend bij de Fruitboomgaard aan de Hoogstraat in Gilze.
We werden gastvrij ontvangen door Michel en Ilona. Alle zeven deelnemers hadden eigen gereedschap meegenomen; van snoeischaar, takkenschaar, tot een elektrische heggenschaar.
Na een kopje koffie met zelfgebakken taart kregen we een korte introductie over het belang van goed onderhoud: je spullen gaan langer mee, je voorkomt dat je ziektes op je planten over brengt en het werkt allemaal net wat makkelijker en soepeler.
Allereerst werd er door iedereen een snoeischaar gedemonteerd. Het is belangrijk om bij aanschaf te kiezen voor een exemplaar dat uit elkaar gehaald kan worden. Deze scharen zijn kwalitatief beter en gaan langer mee omdat de snijbladen vervangen kunnen worden.
Ook heel belangrijk is het om dan alle onderdelen zo neer te leggen dat je later nog weet hoe het weer in elkaar gezet moet worden. Daarna werden alle onderdelen met een fijn schuurpapiertje voor metaal ontdaan van aanslag en roest. Een secuur werkje waar best wel wat tijd in ging zitten. Alles blonk weer als een spiegel.
Daarna kwam het belangrijkste werk: het slijpen van het snijvlak. Dat vereiste nog wel wat handigheid en souplesse. Een soepele beweging, met lange halen zodat er geen inkepingen en bramen ontstaan. Een werk waarmee je met geduld en aandacht bezig moet zijn. Michel controleerde of alles scherp en glad genoeg was. Uiteindelijk konden we een stukje papier met het snijblad doorsnijden.
Tot slot het allerbelangrijkste onderdeel: de schaar weer in elkaar zetten in de juiste volgorde. Dat was af en toe best een puzzel maar uiteindelijk had iedereen weer dezelfde snoeischaar als waarmee hij was begonnen.
Sommige deelnemers hebben ook hun takkenschaar en bloemenschaar nog onderhanden genomen. Als afsluiter heeft Michel ook nog uitleg gegeven over het onderhoud van je elektrische heggenschaar. Best een ingewikkeld klusje leek het ons zodat de meesten het beter aan een vakman over willen laten.
Al met al was het een hele leerzame en leuke ochtend. Iedereen keerde met een scherpe schaar naar huis. Het is zeker een activiteit die we nog wel wat vaker in willen plannen.
Tot slot hebben we nog een rondleiding gekregen door de pluktuin (of eigenlijk de oogsttuin). In de zomer is het een paradijs met planten, biologisch gekweekte groenten en fruit. Een aanrader om er tegen die tijd nog eens op bezoek te gaan. Thérèse Sparidaens
Het begint een goede gewoonte te worden om na afloop van de algemene ledenvergadering een spr(e)ek/st/er uit te nodigen voor een inspirerend groen verhaal. Op 28 februari mochten we Femke Lampe daartoe verwelkomen.
Femke is sinds twee jaar directeur van het Landelijk bureau van Groei & Bloei. Maar daarover wilde ze ons niet onderhouden. Nee, zij wilde ons kennis laten maken met haar hobby: tomaten kweken. Femke is geen fan van hybride tomatenrassen. Deze zijn allemaal gekweekt en hebben maar één doel: de supermarkten overspoelen met – heel veel niet al te smakelijke – tomaten. Haar hobby draait om de zogenaamde Heirloom-tomaten. Heirloom is geen specifiek merk; met heirloom worden oude rassen aangeduid die zaadvast zijn en heel veel verschillende variëteiten kennen.
Maar voor je kunt oogsten moet je voorwerk doen: zo zul je allereerst moeten nadenken over waarvoor je je tomaten wilt gebruiken. Vries je in? Maak je veel salades of gebruik je tomaten vooral voor in de soep? Wat vind je lekker (gele tomaten zijn doorgaans zoeter dan rode)? Hoeveel ruimte heb je voor je tomaten en waar wil je ze plaatsen? En wil je struiktomaten, stamtomaten of dwergtomaten? En het belangrijkste: hoe is de samenstelling/ staat van de bodem?
Femke is voorstander van biologische, niet bespoten tomaten, het zaad is te koop bij zaken als Vreeken, De Bolster, Veggies. Heb je je zelf gekweekte tomaten geoogst, dan kun je de zaden vervolgens ook winnen. Daartoe leg je ze eerst in water – per soort en gelabeld -. Er vormt zich een geleiachtig laagje om de zaadjes, laat dat vijf dagen staan en spoel ze dan af, droog ze goed en berg ze droog op. Tomatenzaden blijven tenminste negen jaar hun kiemkracht houden.
Uitzaaien doe je bij voorkeur eind maart bij een kamertemperatuur tussen de 23° en 26°, zaai- en stekgrond is het beste. Ook goed geschikt: compost verarmd met brekerzand. Strooi een dun laagje grond over het zaaigoed. Bescherm met een kapje zodat luchtvochtigheid en temperatuur constant blijven. Zorg wel dat er ook lucht bij kan.
Zodra je blaadjes ziet, kun je de plantjes verspenen in goede potgrond. Belangrijk daarbij: geef de planten van onderaf water en houd de licht-warmte balans in de gaten want hoe meer licht, hoe sterker de planten worden.
Eenmaal goed uitgegroeid, zet je de tomaten – diep - op hun definitieve plek (kan ook in een grote pot) die droog en warm is (tegen de gevel bijvoorbeeld). Zet ze 50 cm uit elkaar (zo kunnen planten elkaar niet besmetten) en plaats ze niet te dicht bij andere planten. (Komkommer en tomaten zijn geen goede buren).
Als tomaten flink beginnen te groeien moet je zorgvuldig gaan dieven: dit is het verwijderen van nieuwe scheuten die in de bladoksel ontstaan. Grote dieven – dicht de wondjes af met lavameel - kun je trouwens prima stekken! Mesten aan de wortel en geef daar ook steeds water.
Tomaten zijn gevoelig voor het virus Phytophtera, meeldauw en witte vlieg. Luchten helpt. Afrikaantjes en basilicum helpen ook plaagbeestjes te bestrijden en heeft een tomaat neusrot, dan wil hij wat extra kalk.
Tomaten zijn zelfbestuivend. Vormen er zich bloemen en staan je tomaten in de kas waar onvoldoende bestuivers binnenvliegen, help dan de tomaten door tegen de bloemen te tikken.
Alle aanwezigen volgden met veel interesse Femkes verhaal. Maar het enthousiasme werd nog groter toen ze aan het einde van haar lezing ook tomatenzaad uitdeelde. Op heel wat tafels zullen deze zomer dan ook heerlijke, biologische heirloom-tomaten op tafel komen.
Marion Corvers, secretaris
Op deze schitterend zonnige zaterdagochtend verzamelen 21 leden zich bij de kerk tegenover het ‘t Maoske in de Moer voor de snertwandeling. Onze gids vandaag is Christ Grootzwagers. Hij is voorzitter van Natuurvereniging ‘Ken en Geniet’ in Dongen en is gids voor Natuurmonumenten.
De naam De Moer komt eigenlijk van het moerassige gebied ontstaan door het turfsteken van vroeger. Een ideale plek voor vele amfibieën waaronder de boomkikker. Huis ter Heide was vroeger vooral heidegebied. Op de goedkope grond werden bomen geplant voor de mijnbouw en dat leverde veel geld op. Bomen die nu sterven laat men liggen, de heizaden die diep in de grond zitten komen opnieuw tot bloei. Onderweg wijst Christ ons op sporen van dassen die met hun poten, klauwen naar insecten. Dassen hebben als groep één plek om te ontlasten en leven in territoria. Er leven wel zo’n 80 á 90 dassen hier. Ook leven er een flink aantal reeën in het gebied. Je moet geluk hebben om ze te zien.
We lopen over Natuurbegraafplaats Huis ter Heide en zien op afstand het Jachthuis uit 1864. Door de turfstekers werd het wild opgejaagd en kon de jager zijn slag slaan. De heide komt hier ook weer terug mede door maaisels van de Loonse en Drunense duinen hier uit te zaaien. We lopen onder de masten met stroomkabels door welke op termijn zullen verdwijnen en er een flink open vlindergebied zal ontstaan. In dit zelfde gebied zijn ook raven gespot met hun bijzondere roep bij het baltsen.
De Schotse Hooglanders treffen we vandaag niet, maar Christ wijst ons op hun in de verte gelegen geboortebos, waar ze los van de kudde kunnen bevallen. Ook om te sterven zoeken ze afzondering. Kadavers blijven liggen en de natuur doet zijn werk. We zijn vlak bij het Leikeven, genoemd naar rivier de Lei, deze kwam hier vroeger als beekloop uit. Er zijn in dit gebied in de ‘90 jaren wel zo’n 30 vennen extra gegraven waarvan het zand naar Eindhoven werd afgevoerd. Een ideaal gebied voor de 500 tot 600 ooievaars die hier 3 á 4 weken komen foerageren alvorens de vlucht naar Afrika aan te vangen.
Onze gids staat stil bij een boom en noemt dit de ‘vlinderkroeg’, een boom vol met sappen voor vlinders waaronder de Atalanta’s.
De waterhoogte bij het Leikeven wordt ook gecontroleerd door de gemeente omdat de omliggende industrieën, denk aan Coca Cola en Fuji, dit schone water gebruiken voor hun processen. In de verte zien we een uitkijktoren, ideaal om een keer de blauwborst of grauwe klauwier te gaan spotten.
Via het kronkelpad lopen we terug richting De Moer en zien we op enige afstand nog een lange dassenburcht. Als laatste lopen we door het Acacialaantje, ooit aangelegd voor een dame die daar woonde en zo kon genieten van de geurende bomen.
Bij ’t Maoske bedanken we Christ namens de vereniging met een kleine attentie en een bijdrage voor zijn Natuurvereniging voor zijn gedetailleerde uitleg van de natuur en heeft iedereen, op eigen kosten, genoten van een heerlijke kom snert. Cees van Abeelen